Participate!
Menu
Delen via:
Home Autisme begrijpen Leven met autisme Bijkomende stoornissen en problemen

Bijkomende stoornissen en problemen

Comorbiditeit is het voorkomen van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij dezelfde persoon. Sommigen hebben het in dit verband over een dubbele diagnose. Bij mensen met autisme of meer algemeen een autismespectrumstoornis komt comorbiditeit zeer vaak voor.

Bij comorbiditeit kunnen er verschillende verbanden tussen de aandoeningen bestaan:

  • ofwel hebben ze een gemeenschappelijke oorzaak;
  • ofwel wordt de ene stoornis veroorzaakt door de andere;
  • ofwel is hun gelijktijdige aanwezigheid aan het toeval te wijten.

Op dit moment is de wetenschap nog niet in staat om de verschillende types te identificeren of te verklaren. In de meeste gevallen kan men ze enkel vaststellen, hoe vaak een verband ook voorkomt.

We onderscheiden drie comborbiditeitscategorieën (genetische en metobolische, neurologische en psychiatrische en gedragsmatige), waarbij de ene categorie samen met een andere kan voorkomen.

Genetische en metabole stoornissen

Er zijn verschillende genetische afwijkingen gekend die in variabele frekwenties samen met autisme kunnen voorkomen. Voorbeelden zijn het fragiele-X-syndroom, tubereuze sclerose (of ziekte van Bourneville), het syndroom van Down (of trisomie 21), het syndroom van Williams-Beuren, het syndroom van Prader-Willi of het syndroom van Angelman.

Wanneer ze samen met een autismespectrumstoornis voorkomen, zullen deze bijkomende stoornissen gepaard gaan met een verstandelijke beperking.

Een specifieke vorm van genetische afwijkingen zijn de aangeboren stofwisselingstoornissen (metabole stoornissen). Het gaat om stoornissen van de opname of verwerking van voedingsstoffen tot bouwstoffen of brandstoffen voor het lichaam. Soms zijn deze stoornissen de oorzaak van syndromaal autisme. Voorbeelden hiervan zijn fenylketonurie, mucopolysaccharidosen en afwijkingen in het purinemetabolisme. Deze aandoeningen komen vaker voor bij mensen met ernstige vormen van autisme en verstandelijke beperking.

Neurologische en psychiatrische comorbiditeit

De aandoening die het meest samen met autistismespectrumstoornissen voorkomt, is een verstandelijke beperking. In 70 à 80% van de gevallen hangt deze samen met de specifieke autismestoornis en in 50% van de gevallen gaat het om een ernstige tot diepe verstandelijke beperking. Kijkt men naar alle autismespectrumstoornissen, dan is er in 20 à 40% van de gevallen eveneens sprake van een verstandelijke beperking.

Zintuiglijke stoornissen (doofheid en blindheid) kunnen apart of samen aanwezig zijn.

Op neurologisch gebied is het opvallend dat in een derde van de gevallen epilepsie voorkomt, zeker omdat de aandoening relatief vrij laat kan opduiken, vooral tijdens de puberteit. Voor het brede autismespectrum liggen de cijfers lager (ongeveer 20%).

Er kunnen ook andere bijkomende stoornissen voorkomen, zoals angsten, hyperactiviteit, aandachtsstoornissen en obsessief of dwangmatig gedrag. In een aantal gevallen zijn deze symptomen zo uitgesproken dat een bijkomende diagnose van een angststoornis, Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD), of Obsessief-Compulsieve stoornis (OCD, een stoornis met dwanggedachten en dwanghandelingen) gesteld wordt.

Daarnaast kan er ook sprake zijn van slaap- en eetstoornissen.

Bij adolescenten, vooral wanneer ze verstandelijk begaafd zijn, ziet men ook zeer vaak depressies. Een depressie zal bij hen vrij duidelijk tot uiting komen, maar ook jongeren met een verstandelijke beperking kunnen depressies vertonen (een depressie neemt dan de vorm aan van stilzwijgen of ernstige gedragsstoornissen). Tenslotte is er in een bepaald aantal gevallen sprake van hallucinatie-aanvallen.

Gedragsmatige comorbiditeit

Mensen met autisme vertonen vaak gedragsstoornissen (agressie, zelfverminking, vernielzucht, antisociaal gedrag, autostimulatie, eetstoornissen). Al naargelang de leeftijdscategorie en de graad van de verstandelijke beperking die met het autisme gepaard gaat, vindt men dat 26 tot 77% van de gevallen dergelijke gedragsstoornissen vertonen.

Eén ding moeten we hier wel onderstrepen: dergelijke gedragsstoornissen (behalve autostimulatie) zijn absoluut geen kenmerken van autisme. Tegenwoordig is men zelfs geneigd te denken dat ze eerder het gevolg zijn van de tekorten van de autismestoornis. Meer bepaald van de communicatieproblemen en de moeilijkheden om met veranderingen om te gaan. Eenvoudiger gezegd, wanneer mensen met autisme niet over communicatiemogelijkheden beschikken, hoe kunnen ze dan duidelijk maken dat ze bijvoorbeeld ergens pijn hebben? Hoe kunnen ze 'zeggen' dat ze niet langs een andere weg naar oma willen gaan? Behalve dan door afwijkend gedrag?

Samenvattend is het belangrijk om bij personen met een diagnose van autisme na te gaan of ze nog andere stoornissen vertonen. Het nauwkeurig vaststellen van comorbiditeit is noodzakelijk voor het uitwerken van een behandelingsplan.