Participate!
Menu
Delen via:
Home Autisme begrijpen Termen en oorzaken Oorzaken van autisme Autisme, een ontwikkelingsstoornis

Autisme, een ontwikkelingsstoornis

Een ontwikkelingsstoornis van de hersenen begint meestal zeer vroeg, vaak lang voor de geboorte. De hele verdere ontwikkeling van de hersenen zal erdoor worden beïnvloed. Vergelijk het met wanneer je bij een oversteek van de Alpen de verkeerde weg zou nemen en geen rechtsomkeer kan maken. Je raakt steeds verder van de oorspronkelijke weg verwijderd, steekt via een andere pas de bergen over en belandt aan de overkant uiteindelijk in een ander dorpje dan gepland. Zo is autisme ook een ander pad in de ontwikkeling.

Ook al zijn de kenmerken van een ontwikkelingsstoornis meestal al zeer vroeg aanwezig, toch zie je ze niet altijd op die jonge leeftijd. Soms wordt ze pas zichtbaar wanneer de hersenen in een bepaalde ontwikkelingsfase terechtkomen of wanneer het individu bepaalde nieuwe vaardigheden moet aanleren. Bij dyslexie bijvoorbeeld wordt het pas duidelijk dat er wat aan de hand is wanneer het kind leert lezen. Bij autisme zie je regelmatig dat een aantal ontwikkelingen zoals taal pas fout lopen wanneer de hersenen 1 tot 2 jaar oud zijn. Soms leken de eerste stapjes in die ontwikkeling zelfs goed te verlopen. Het kind sprak enkele woordjes, maar op de leeftijd van 15 of 18 maanden valt de ontwikkeling van de communicatie stil of gaat ze zelfs tijdelijk achteruit.

Bij autisme is de vroegkinderlijke ontwikkeling niet alleen op gedragsvlak verstoord. Bij veel kinderen is ook de groeicurve van de hersenen tijdens de eerste 3 levensjaren anders. Meestal hebben kinderen die later autisme blijken te hebben bij de geboorte een gemiddeld hersenvolume. Tijdens hun eerste 2 levensjaren groeien hun hersenen echter veel sneller dan bij anderen kinderen, waardoor het volume een stuk boven het gemiddelde ligt wanneer ze twee zijn. Na de leeftijd van drie jaar vertraagt de groei echter opnieuw, zodat het hersenvolume op volwassen leeftijd gemiddeld niet veel groter is dan bij volwassenen zonder autisme. Dit wijst erop dat er op die jonge leeftijd iets fundamenteels plaatsgrijpt. We weten echter niet goed wat het is en het is ook moeilijk te onderzoeken.

Maar ook op andere vlakken verloopt de ontwikkeling anders. Uit onderzoek naar de manier waarop de hersenen bepaalde taken oplossen, bijvoorbeeld gezichten herkennen, blijkt dat bij personen met autisme hiervoor andere hersendelen worden geactiveerd. Hoewel bij de geboorte een aantal hersengebieden al geprogrammeerd zijn om bepaalde taken uit te voeren, bijvoorbeeld motorische bewegingen, heeft er tijdens de eerste levensjaren nog een sterke specialisatie van hersengebieden of -systemen plaats onder invloed van wat het kind in zijn omgeving ervaart. Als bij autisme andere gebieden worden gebruikt voor bijvoorbeeld aangezichtsherkenning, betekent dit dat de specialisatie van de hersenen anders is verlopen. Deze specialisatie vindt vooral plaats tussen de geboorte en het einde van de kleuterleeftijd.

Deze op verschillende niveaus anders verlopende ontwikkeling is grotendeels onomkeerbaar. Anatomische verschillen zoals een ander hersenvolume zijn zeker niet terug te draaien. Maar ook hersengebieden die zich meer op een bepaalde taak hebben toegelegd, veranderen niet zomaar van functie. Kijk bijvoorbeeld naar hoe gewone kinderen een taal aanleren. Op peuter- en kleuterleeftijd gaat het heel vlot, zelfs twee talen lijken ze moeiteloos aan te kunnen. Maar voor iemand van veertig is een nieuwe taal leren een heel moeilijke opdracht: de hersenen hebben zich op jonge leeftijd gespecialiseerd in de klanken en de grammatica van één of twee talen en kunnen dat leerproces niet meer op dezelfde automatische manier doorlopen.

Uit deze bedenkingen over ontwikkelingsstoornissen in het algemeen en autisme in het bijzonder kunnen we besluiten dat ook bij autisme veel ontwikkelingsaspecten nagenoeg onomkeerbaar zijn. De hersenen van het oudere kind met autisme kunnen wel veel leren, maar anders en meestal niet meer zo automatisch als de hersenen van een jong kind zonder autisme. Dit gegeven pleit voor een zeer vroege interventie bij autisme. Het oorspronkelijke foute programma kan wel niet volledig worden herschreven, maar de hersenen krijgen zo wel de mogelijkheid om beter en vlotter te leren omgaan met communicatie of sociale wederkerigheid in een fase dat ze veel soepeler zijn.

Anderzijds is er voor kinderen met autisme geen behandeling bekend die de aandoening volledig kan oplossen. De hersenen zijn zeer vroeg een ander pad ingeslagen en het beste wat je kan doen, is zo vroeg mogelijk alles in het werk stellen opdat het niet te ver van de gewone ontwikkeling zou afwijken. Zo leren kinderen met autisme dankzij de hedendaagse methodes nu vaker en beter communiceren dan enkele decennia geleden.