Participate!
Menu
Delen via:
Home Autisme begrijpen Wat is autisme? Autisme in cijfers

Autisme in cijfers

Het voorkomen van autismespectrumstoornis

Voor het hele spectrum komen een aantal studies onafhankelijk van elkaar uit op 60 tot 70 op 10.000 of 1 op ongeveer 150 personen. Af en toe zijn er uitschieters, tot zelfs meer dan 1%. Het is echter heel moeilijk om studies met elkaar te vergelijken. De verschillen in resultaten hebben onder meer te maken met het opzet van de studie, de grootte van de steekproef en de strengheid waarmee de diagnostische criteria worden gehanteerd. Prevalentiecijfers van 60 tot 70 op 10.000, of 0,6% tot 0,7% lijken voorlopig een vrij algemeen aanvaard compromis te zijn. Ook een kleinere studie bij Vlaamse kleuters kwam uit op 0,6%.

Voor België betekent dit dat er ruim 80.000 mensen met een autismespectrumstoornis zijn en dat er elk jaar ongeveer 850 bijkomen.

Komt autisme vaker voor?

Er is op dit moment geen enkel bewijs dat autisme vaker voorkomt dan vroeger, al kan dit anderzijds ook niet helemaal uitgesloten worden. De stijging in de prevalentiecijfers (het cijfer dat uitdrukt hoe vaak een stoornis voorkomt) kan echter evenzeer toegeschreven worden aan aanpassingen in de diagnostische criteria in de loop der jaren en aan een betere opsporing en een meer nauwkeurige en snellere diagnosestelling. Vooral bij personen met een normale of grensnormale begaafdheid wordt autisme nu beter onderkend.

Verhouding normaal begaafd en verstandelijke beperking

Lange tijd werd aangenomen dat 70 tot 80% van de personen met een autismespectrumstoornis ook verstandelijk beperkt was. Recentere studies laten zien dat de proportie personen met een verstandelijke beperking binnen het gehele spectrum eerder opschuift naar 45 tot 50%.

Verhouding jongens en meisjes

Wat wel steeds relatief ongewijzigd is gebleven, is de verhouding jongens/meisjes: 3 à 4 jongens tegen één meisje. Het verschil in voorkomen tussen beide geslachten is overigens gekoppeld aan het IQ. Binnen de groep met een normale tot betere begaafdheid kan de verhouding oplopen tot 9 jongens tegen één meisje. Bij mensen met een ernstige verstandelijke beperking kan ze dalen tot 2 op 1. Het is nog niet duidelijk waarom dit zo is.