Participate!
Menu
Delen via:
Home Autisme begrijpen Wat is autisme? Theorieën over autisme

Theorieën over autisme

Al ruim 40 jaar worden pogingen ondernomen om te bepalen welke aspecten van autisme primair en welke secundair zijn.  Hierbij stonden steeds andere aspecten van het syndroom in de aandacht, zoals afwijkende waarneming, taal, aandacht, cognities, enz. Een onderscheid maken tussen primaire en secundaire tekorten is complex maar essentieel, omdat de primaire tekorten belangrijke informatie kunnen opleveren over de neurobiologische oorzaak van het syndroom. Bovendien heeft deze differentiatie belangrijke implicaties voor de diagnose en de behandeling, omdat een werkelijke verbetering van de stoornis maar kan optreden als op de primaire tekorten kan worden ingewerkt. Vermindering van secundaire problemen kan wellicht de algemene toestand en levenskwaliteit van een persoon verbeteren, maar zal slechts in beperkte mate invloed hebben op de onderliggende tekorten.

In de jaren '70 groeide de overtuiging dat autisme een cognitieve stoornis is. Van een echte theorievorming was toen evenwel nog geen sprake. Men kon wel veronderstellen dat de vastgestelde cognitieve eigenaardigheden (zoals bv. gebrekkig abstractievermogen) een impact zouden hebben op het sociaal-communicatief functioneren, maar hoe dit precies in zijn werk ging, was niet onmiddellijk duidelijk.

In het midden van de jaren '80 kwam daar verandering in en werd er een echte theorie voorgesteld die pretendeerde dat een aantal belangrijke kenmerken van autisme het gevolg waren van een primair cognitief tekort: de theory of mind hypothese.