Participate!
Menu

Overgevoelig en ondergevoelig

Over- en ondergevoeligheid komen vaak voor bij mensen met autisme. Wie overgevoelig is voor prikkels, reageert overdreven op ‘gewone’ zintuiglijke prikkels. Ondergevoelig wil zeggen dat je niet of weinig reageert op prikkels. Deze gevoeligheden kunnen de verschillende zintuigen treffen. Het is ook mogelijk dat over- en ondergevoeligheid elkaar afwisselen en dat die fluctuatie bovendien op één enkel zintuig betrekking heeft.

Overgevoeligheid kan tot twee verschillende soorten ervaringen leiden:

  • verwarring veroorzaakt door bepaalde zintuiglijke prikkels;
  • fascinatie voor bepaalde prikkels.

In sommige gevallen is verwarring als gevolg van overgevoeligheid zelfs veel te zacht uitgedrukt. Een deuntje fluiten kan door iemand met autisme bijvoorbeeld als pijnlijk worden ervaren. Het valt dan ook makkelijk te begrijpen dat overgevoeligheid aanleiding kan geven tot woedeaanvallen of zeer angstige reacties. Ook vermoeidheid en slaapproblemen kunnen voortkomen uit een overgevoeligheid voor prikkels. Mensen met autisme geven aan dat ze vaak ’s avonds of ’s nachts tijd nodig hebben om de veelheid aan prikkels die tijdens de dag op hen afkwamen te verwerken.

Overgevoeligheid en ondergevoeligheid kunnen alle zintuigen treffen en verschillen van persoon tot persoon. Enkele voorbeelden van gedragingen die wijzen op bepaalde zintuiglijke gevoeligheden:


Zintuig Overgevoelig Ondergevoelig
Gezicht Geen fel licht verdragen, afgeleid worden door patronen Sterk aangetrokken tot glimmende voorwerpen, visuele prikkels laat opmerken
Gehoor Oren bedekken wanneer mensen door elkaar praten of in lawaaierige ruimtes, panisch voor bepaalde geluiden Houden van het geluid van sirenes, geen of weinig reactie op omgevingsgeluiden
Tast Bepaalde stoffen niet kunnen verdragen, niet graag aangeraakt worden Over ruwe oppervlakte wrijven, bepaalde materialen willen aanraken
Reuk Iets niet willen eten omdat de geur als ondraaglijk wordt ervaren Niet gehinderd worden door sterke onaangename geuren
Smaak Voorkeur voor zachte smaken, weinig gevarieerd eten Oneetbare en sterk smakende dingen opeten
Evenwicht Angstig reageren wanneer de voeten de grond niet meer raken, bang in de speeltuin Lange tijd in rondjes draaien zonder duizelig te worden
Proprioceptie Wordt zelden waargenomen Stevige handdruk geven, te hard knuffelen, graag druk op het lichaam voelen
Interoceptie Hevig reageren op honger, dorst, vermoeidheid Hongergevoel niet herkennen, niet opmerken wanneer je naar toilet moet gaan
Nociceptie Hevig reageren op kleine wondjes, aandacht niet kunnen verleggen van wondjes Pijn niet herkennen, wondjes niet voelen tot je ze ziet

Geen filter?

In autobiografische verhalen van mensen met autisme vinden we meestal dezelfde verklaring voor hun zintuiglijke ervaringen. Ze hebben de indruk dat ze de input van prikkels uit de omgeving niet kunnen onderdrukken. Anders gezegd: de filter in de hersenen die bepaalde prikkels kan onderdrukken, lijkt niet goed te werken.

Wanneer er in onze hersenen geen selectie plaatsheeft onder al wat we waarnemen, dan kan dat allerlei gevolgen hebben. Enkele voorbeelden:

  • vlugger overbelast en vermoeid raken;
  • de wereld als zeer chaotisch ervaren;
  • details kunnen zien die anderen niet opmerken;
  • veranderingen in de omgeving onmiddellijk opmerken;
  • de omgeving niet meer herkennen omdat er een detail is veranderd;
  • een gesprek niet kunnen volgen omdat het achtergrondgeluid niet kan worden ‘uitgeschakeld’.

Waarnemingsstijlen

Door de andere prikkelverwerking, kan ook het waarnemen bij mensen met autisme anders zijn. Door de waarneming geef je betekenis aan de wereld. Wanneer je waarneming anders verloopt ervaar je de wereld dus ook op een andere manier. Er worden verschillende waarnemingsstijlen beschreven:

  • Monoverwerking van prikkels
    De focus ligt op het waarnemen en verwerken van één prikkel of zintuig waardoor andere prikkels niet goed waargenomen worden. Informatie wordt uit dat éne zintuig gehaald terwijl er onbewust een heleboel andere informatie binnenkomt maar die wordt niet verwerkt. Bijvoorbeeld een leerling kan niet luisteren naar de les en tegelijk naar het bord kijken of de gezichtsuitdrukking van de leerkracht interpreteren.
  • Perifere waarneming
    Bij perifere waarneming wordt rechtstreekse waarneming vermeden om overprikkeling te vermijden. Iemand kijkt bijvoorbeeld door zijn wimpers tijdens een gesprek om de overvloed aan informatie te filteren.
  • Gefragmenteerde waarneming
    Informatie wordt in kleine delen verwerkt waardoor het moeilijker kan zijn een totaalbeeld te vormen van bv mensen of situaties.
  • Vertraagde perceptie
    Er is meer tijd nodig om de verschillende delen van de waarneming samen te voegen, de informatie te verwerken en er betekenis aan te verlenen.

Er kunnen strategieën ontwikkeld worden om met deze andere waarneming om te gaan, om meer controle uit te oefenen op de overvloed aan prikkels. Deze strategieën kunnen gaan over:

  • Compenseren
    Een bepaald zintuig wordt als onbetrouwbaar ervaren waardoor men gaat compenseren door de waarneming aan te vullen met informatie van andere zintuigen. Bijvoorbeeld je hand langs de muur glijden terwijl je door een gang stapt om je zicht te ondersteunen met het gevoel van de ruimte.
  • Platleggen van een systeem
    Voor korte of langere tijd één of meerdere zintuigen uitschakelen waardoor er minder informatie binnenkomt en verwerkt moet worden.
  • Resoneren
    Mensen met autisme kunnen zodanig geboeid raken door een bepaalde prikkels, bijvoorbeeld een geur of gevoel, dat ze er helemaal in lijken op te gaan. Het opzoeken van die prikkels geeft rust en kan eveneens andere prikkels uitschakelen of verminderen.
  • Dagdromen
    Prikkels uit de buitenwereld worden uitgeschakeld of verminderd door op te gaan in eigen fantasieverhalen of dagdromen.