Participate!
Menu

Inspiratieverhalen Emotioneel welbevinden

Volwassenen met autisme geven je een inkijk in hun belevingen, de moeilijkheden die ze ervaren, hoe ze er zelf mee omgaan en hoe anderen hen kunnen ondersteunen.

Emoties

Eigen emoties

  • Ik kan bepaalde parfums niet verdragen, ik word er misselijk van en ik walg ervan. Ik heb dit gemerkt toen er een bezoeker bij me thuis kwam met sterke parfum. Ik heb dat gevoeld tot enkele uren nadat ze weg was. Ik kreeg hoofdpijn en werd misselijk. Het gevoel van afkeer was zo groot dat ik blokkeerde, ik kon het gesprek niet meer volgen. Ik probeerde het gevoel te negeren maar na het bezoek ben ik moeten gaan liggen en ik was de rest van de dag niets meer waard. Ik vond het zo stom en was kwaad op mezelf omdat het zo een impact op me had. Ik wou dat ik die geuren wel zou kunnen verdragen maar ik denk dat ik dat niet kan veranderen. Wat ik wel kan veranderen is erover praten, ik zou haar kunnen zeggen dat ik niet tegen sterke geuren kan en welke impact dat op me heeft. Dan begrijpt zij misschien ook beter waarom ik blokkeerde en geen aangename gesprekspartner was. Ik spreek graag nog eens met haar af maar dan wel zonder die parfum. Het zou me dus zeker wel helpen om hierover te spreken maar dat durf ik alleen tegen mensen die ik beter ken.
  • Het is niet de enige situatie waarin ik dit ervaarde, ik heb dat gevoel van walging wel bijna dagelijks. Bijvoorbeeld in de bus of tram wanneer ik al die verschillende parfums ruik.
  • Ik ervaar dagelijks een sterk angstgevoel wanneer ik uit mijn huis moet komen. Ik ben bang dat de buren me gaan aanspreken. Dat geeft me een heel onveilig gevoel omdat ik niet op voorhand weet wat ze gaan zeggen of vragen. Ik denk altijd dat ze wel commentaar op me zullen hebben, dat ze mijn haag te hoog vinden of dat ik iets niet goed doe als buurman. De spanning in mijn lichaam bouwt dan heel snel op, ik begin te zweten en sla in paniek. Ik probeer te achterhalen wanneer de buren niet buiten zijn zodat ik snel en ongezien kan vertrekken. Wanneer ik thuis ben laat ik vaak de gordijnen dicht zodat de buren niet merken dat ik er ben. Dan kunnen ze niet komen aanbellen om iets te vragen. Ik weet niet of anderen dat aan me zien, dat ik zo bang ben. Ze zullen wel denken dat ik niet graag praat of heel verlegen ben. Ik zou dit heel graag veranderen maar ik weet niet hoe.
  • Ik herken verdriet heel goed bij mezelf. Mijn grootvader is overleden en dat doet me veel verdriet. Mijn lichaam kan echt pijn doen van dit gevoel. Ik post elke dag iets op facebook over mijn grootvader om hem te herinneren. Ik weet niet goed hoe ik moet omgaan met dat gevoel en ben de hele dag door verdrietig. Het lukt me niet om me met andere dingen bezig te houden omdat ik alleen maar dat verdriet voel. Het gevoel blijft even intens dan in het begin. Het zwakt niet af.

Emoties bij anderen

  • Ik ging eten met een vriendin en er lag een haartje op haar bord. Ze kreeg hier bijna braakneigingen van en kon of wilde haar eten niet meer aanraken. Ik vond eigenlijk dat ze zich nog aanstelde en dacht dat het toch niet zo erg was. Ik heb nogal kortaf en boos gereageerd tegen haar. Dat had ik achteraf gezien beter niet gedaan want ze vond het echt wel heel vies en ze voelde zich er niet goed bij. Ik had misschien kunnen voorstellen om het gewoon te zeggen aan de ober en een ander bord te vragen. Ik wilde eigenlijk niet dat mijn vriendin zich niet goed voelde, ik wilde dat alles vlot en leuk en aangenaam was. Ik heb het dan moeilijk met die negatieve gevoelens. Ik zou daar beter mee willen kunnen omgaan en niet meteen denken dat daardoor heel onze uitstap is verpest.
  • Ik vind het vaak verwarrend als ik anderen heel blij zie of heel fel zie lachen. Ik vraag mij dan af of ik misschien iets belachelijks gezegd of gedaan heb. Maar misschien heeft de reden waarom ze lachen niets met mij te maken. Ik zie dat verschil niet. Bij sommige vrienden durf ik dat vragen, in andere omgevingen niet.
  • Ik merk niet goed op als anderen boos aan het worden zijn. Soms zijn we elkaar wat aan het plagen of grappen aan het maken wanneer plots de ander kwaad wegloopt over iets dat er blijkbaar ‘over’ was. Voor mij kan dit heel plots en onaangekondigd overkomen. Hoelang is plagen leuk en grappig, vanaf wanneer is het niet meer leuk en kwetsend?

Gewoontes, rituelen, dwang, verslavingen

Gewoontes en rituelen

  • Ik zoek dit gedrag op: ik draag vaak dezelfde kleren
    Wat ik doe: ik draag het liefste alleen zwarte kledij. Dan ben ik er zeker van dat alles bij elkaar past en moet ik nooit nadenken over combinaties
    Wanneer kan ik dit gebruiken: wanneer ik uitga zal ik nooit een andere kleur dragen, dan ben ik zeker dat mijn outfit matcht en voel ik me een heel stuk zekerder

  • Wanneer ik thuis kom, maak ik eerst een toer door elke kamer. Ik moet alles even gezien hebben voor ik kan ontspannen.
  • In de badkamer heb ik heel wat rituelen, mijn tandenborstel moet op de juiste manier in het glas staan, mijn douchegordijn moet recht hangen, … ik ben lang bezig om alles te laten kloppen. Als er iets niet klopt moet ik helemaal opnieuw beginnen.
  • In de woonkamer liep ik telkens vast op het perfect evenwijdig leggen van het tapijt. Ik heb dit opgelost door een rond tapijt te kopen. Dat bespaart me dagelijks veel tijd.
  • Afhankelijk van mijn gesprekspartner heb ik een vaste zitplaats. Dat wordt meestal bepaald door waar ik voor het eerst zat bij die persoon.
  • Voor een belangrijke afspraak drink ik altijd bier, dat maakt me minder gespannen en dat praat gemakkelijker (tot op een bepaald moment).

Dwang

  • Ik vind dat ik dit te vaak doe: Ik moet van mezelf sommige handelingen uitvoeren
    Wat ik doe: ik kan niet vertrekken zonder dat ik alle stoelen recht heb gezet, ik blijf dit controleren
    Dit kan me helpen: Je mag zeggen dat het goed staat, dat jij gekeken hebt en dat het goed is en me dan meenemen naar buiten. Dan is het niet langer mijn verantwoordelijkheid.

  • Voor ik kan gaan slapen moeten mijn kleren perfect over een stoel hangen. Ik ben hier ontzettend lang mee bezig.
  • In mijn interieur blijf ik controleren of alles evenwijdig aan elkaar staat. Ook de stapels kledij in mijn kast moeten mooi recht liggen. Ik ben hier elke dag mee bezig.
  • Ik koop altijd hetzelfde in de winkel. Alleen wat ik ken, zelfs de grootte van verpakking moet altijd hetzelfde zijn. Ik weet dat andere merken misschien wel even lekker zijn of goedkoper maar kan me er niet aanzetten die ook te kopen.
  • Ik kan uren aan een stuk gamen en ben heel gefocust op het bereiken van een volgend level. Ik kan niet stoppen tot ik dat level bereikt heb.
  • Ik drink mezelf graag in een roes, zo kan ik even ontsnappen aan alle drukte en gedachten.

Veranderingen

Veranderingen die goed lukken

  • Afspraken mogen verzet worden zolang ik weet waarom ze niet doorgaan zoals gepland.
  • Ik kan om met nieuwe taken op het werk wanneer het me ‘s morgens wordt meegedeeld. Dan heb ik nog de tijd om het in te plannen.
  • Ik verhuis graag naar een nieuwe omgeving omdat die nog vrij is van plaatsgebonden rituelen of dwanghandelingen. Dat geeft me veel rust. Daarom ga ik graag kamperen, zo krijg ik nooit de tijd om plaatsgebonden rituelen te ontwikkelen.
  • Als ik alle deeltaken goed onder de knie heb kan ik goed switchen in taken op het werk. Ik heb voldoende leertijd nodig om alles zelfstandig te kunnen.
  • Ik kan goed om met veranderingen als ik voldoende tijd krijg om het even te herplannen.

Veranderingen die moeilijk zijn

  • Met deze verandering heb ik het moeilijk: anderen die te laat komen
    Wat ik doe:
    ik raak in paniek omdat niet iedereen er is op het verwachte uur. Niet alleen raakt mijn schema hierdoor in de war maar ik begin ook allerlei doemscenario’s te bedenken waarom iemand er nog niet is. Dat versterkt mijn paniek alleen maar.
    Dit kan me helpen:
    het is voor mij makkelijker te laten weten hoe laat je vertrekt ipv hoe laat je aankomt. Dat geeft me wat meer ruimte, zo kan ik zelf bedenken dat er misschien file zal zijn. Wanneer je zeker weet dat je te laat komt, laat het me even weten, dan hoef ik niet te panikeren.

  • Ik heb mijn vaste manier om de vaatwasser in te laden. Ik wil niet dat anderen me helpen omdat ze alles anders ordenen. Ik raak daarvan in de war en loop dan veel vertraging op omdat ik opnieuw mijn orde moet scheppen voor ik verder kan met andere taken.
  • Wanneer een afspraak niet doorgaat zoals gepland, loop ik vast. Ik kan niet snel al even wat anders doen. Dat klopt niet in mijn beeld van die dag.
  • Wanneer de seizoenen veranderen heb ik moeite met het aanpassen van de kledij. Niet alleen om te beslissen welke kledij ik moet dragen maar vooral omdat het gewicht van winterkledij zo verschilt met dat van zomerkledij. Winterschoenen zijn veel zwaarder, truien wegen meer dan T-shirts, ... Die veranderingen vraagt veel energie.
  • Nieuwe mensen ontmoeten kost me geen moeite wanneer ik ze maar één keer ga zien. Als ik weet dat ik ze langer ga kennen, moet ik ze eerst helemaal analyseren voor ik me er veilig bij kan voelen: de intonatie van de stem leren kennen, de manier van bewegen begrijpen, de hobby’s leren kennen, ...