Participate!
Menu

Inspiratieverhalen Informatieverwerking

Volwassenen met autisme geven je een inkijk in hun belevingen, de moeilijkheden die ze ervaren, hoe ze er zelf mee omgaan en hoe anderen hen kunnen ondersteunen.

Zintuiglijke prikkelverwerking

Aangename prikkels

  • Ik zoek deze prikkel op: het geluid van stromend water
    Wat ik doe: ik manipuleer stromend water met mijn handen om meer geklater te krijgen. Ik kan hier helemaal in opgaan.
    Effect op mij: ik ontspan van het geluid, omdat ik het zelf manipuleer geeft het me controle en een veilig gevoel.

  • Ik luister graag naar klassieke muziek. Dat maakt me rustig.
  • Wanneer de radio speelt, kan ik me beter concentreren. Dan kan ik andere achtergrondgeluiden beter wegfilteren.
  • Wanneer ik gespannen ben, word ik rustig als ik begin te neuriën. Ik luister dan naar mijn eigen stem en kan zo andere prikkels even wegduwen.

Overgevoeligheid

  • Ik kan niet tegen: geluid van sirenes
    Wat ik doe: Ik dek mijn oren af en kan geen gesprek meer voeren
    Dit kan me helpen: Wacht even tot het voorbij is, geef me de tijd om te bekomen en opnieuw deel te nemen aan het gesprek

  • Luide geluiden van de buren maken me heel onrustig. Ze komen onverwacht en ik schrik er telkens van.
  • Ik trek steeds de stekker uit van de televisie, ik kan niet tegen het piepende geluid van het controlelampje.
  • Het geluid van hakken op een houten vloer klinkt voor mij oorverdovend.
  • Ik ben afgeleid door de ademhaling van anderen daarom ga ik niet te dicht bij mijn gesprekspartner zitten.

Ondergevoeligheid

  • Ik voel deze prikkel niet/ik reageer niet op: geluiden van andere mensen
    Wat ik doe: ik registreer de stemmen van anderen niet wanneer ze verder weg van me zijn, bv. gehuil van mijn kind in een andere kamer
    Dit kan me helpen: maak me er attent op dan kan ik me focussen en hoor ik het wel. Het is niet dat ik niet wil reageren, ik registreer het gewoon niet.

  • Wanneer mijn kinderen huilen in een andere ruimte, registreer ik dit niet. Iemand moet me er attent op maken voor ik het hoor.
  • Stemmen op een bepaalde toonhoogte, hoor ik niet. Ik moet er attent op worden gemaakt dat er tegen me gesproken wordt voor ik het doorheb.
  • Bij een overheersend geluid zoals hevige wind, hoor ik niet wat er tegen me gezegd wordt.
  • Ik kan geen gesprek voeren wanneer de televisie of de radio aanstaat. Ik kan maar één geluid tegelijk verwerken.

Aangename prikkels

  • Ik zoek deze prikkel op: patronen en vormen
    Wat ik doe: ik raak snel afgeleid wanneer ik patronen herken in kledij, muren, vloeren, ...
    Welk effect heeft dit op mij: Ik verdwijn in de patronen waardoor ik niet meer hoor wat er gezegd wordt. Je mag me erop wijzen wanneer ik zit te staren, vaak ben ik me er zelf niet van bewust.

  • Ik kijk veel naar details.
  • Licht trekt me aan.
  • Ik ben gefascineerd door weerspiegeling en blinkende voorwerpen.

Overgevoeligheid

  • Ik kan niet tegen: weerkaatsing van licht
    Wat ik doe: ik doe mijn ogen dicht, hou mijn handen voor mijn ogen of zet ook binnen een zonnebril op
    Dit kan me helpen: belangrijke gesprekken gaan best door in een donkere ruimte zonder blinkende tafels of stoelen. Laat me mijn zonnebril ophouden wanneer ik hier nood aan heb.

  • Bij fel licht houd ik de handen voor de ogen.
  • Ik zet altijd een zonnebril op om het licht tegen te houden.
  • Ik raak gefrustreerd van bepaalde kleuren.
  • Ik word angstig van felle lichtflitsen.
  • Ik sluit de ogen bij fel bewegende beelden.
  • Ik kan niet tegen onverwachte bewegingen van anderen.

Ondergevoeligheid

  • Ik voel deze prikkel niet/ik reageer niet op: donker worden
    Wat ik doe: ik blijf lang in het donker zitten, ik doe zelden het licht aan
    Dit kan me helpen: ik heb er zelf geen last van maar laat me weten wanneer jij er last van hebt, dan doe ik het licht wel aan.

  • Kleuren in dezelfde tinten kan ik niet onderscheiden.
  • Ik tast met de handen voorwerpen af om er een volledig beeld van te vormen.

Aangename prikkels

  • Ik zoek deze prikkel op: geur van huisdieren
    Wat ik doe: vooral honden ruiken voor mij heel aangenaam. Ik kan niet weerstaan om aan ze te ruiken.
    Welk effect heeft dit op mij: het stelt me meteen gerust, ik word er vrolijk van.

  • Ik hou van sterke geuren en omdat ik de neiging heb om bijvoorbeeld aan vuilbakken te ruiken, heb ik nu een zakdoek besprenkeld met etherische olie op zak.
  • Ik hou enorm van de geuren in het bos.
  • Ik heb een geurdoosje waarin ik bepaalde dingen bewaar die ik lekker vind ruiken. Het kalmeert me als ik even in dit doosje ruik.

Overgevoeligheid

  • Ik kan niet tegen: sterke geuren
    Wat ik doe: ik loop er meteen weg van. Ik moet weg uit die ruimte.
    Dit kan me helpen: Ik ga niet naar plaatsen die sterk ruiken zoals een tankstation of het containerpark. Als ik het niet kan vermijden, zorg ik ervoor dat ik op een kalm moment ga zodat ik snel weer weg kan. Ik neem dan een voor mij aangename geur mee, bv. een potje kruiden, waar ik aan kan ruiken.

  • Ik heb een afkeer van de geur van modder en ben niet te overtuigen om een wandeling in de natuur te maken als het regent of geregend heeft.
  • Ik vind bepaalde geuren van etenswaren heel vies en eet deze dan niet. Bepaalde geuren zoals die van ananas, mandarijn en appelsien kan ik niet verdragen zodat ik niet in dezelfde ruimte kan blijven als iemand anders dit eet.
  • Ik ga niet binnen in de apotheek of kaaswinkel, omdat die geuren te indringend zijn voor mij. Vroeger had ik dit niet door, maar nadat ik even in de apotheek was geweest, kreeg ik altijd enorme hoofdpijn gedurende een paar uren.

Ondergevoeligheid

  • Ik voel deze prikkel niet/ik reageer er niet op: parfum, shampoo, douchegel
    Wat ik doe: ik parfumeer me soms overdreven omdat ik het zelf onvoldoende ruik
    Dit kan me helpen: Je mag me gerust zeggen als ik weer eens te sterk naar parfum ruik zodat ik beter leer doseren.

  • Ik hou me strikt aan een bepaalde regelmaat om kledij te wassen omdat ik niet waarneem wanneer iets onfris begint te ruiken.
  • Ik merk niet op wanneer andere mensen een slechte lichaamsgeur hebben, ik merk sterke geuren niet op.

Aangename prikkels

Ik zoek deze prikkel op: aanraken van zachte materialen, bv. zachte stofjes.
Wat ik doe: Ik heb altijd een versleten zakdoek in mijn broekzak zitten.
Welk effect heeft dit op mij: een kalmerende troostend effect. Ik voel er doorheen de dag constant aan en dat geeft me een veilig gevoel.

  • Ik kauw graag op dingen en heb bijna altijd een kauwgom in mijn mond.
  • Ik voel graag gewicht op mijn lichaam. Ik draag vaak een zware rugzak.

Overgevoeligheid

  • Ik kan niet tegen: aanrakingen van anderen, een hand geven, zoenen, ...
    Wat ik doe: ik verstijf en trek me terug
    Dit kan me helpen: Ik vind het vooral niet prettig om onverwacht aangeraakt te worden en vraag altijd me op voorhand te waarschuwen.

  • Mijn haar wassen is een groot probleem. Daarom knip ik het erg kort zodat het snel gewassen kan worden en ik gebruik droogshampoo tussen de wasbeurten door.
  • Ik eet niet graag zachte dingen, ik voeg er altijd iets krokant aan toe zoals noten of zaden.
  • Ik kan de structuur van aardappelen in mijn mond niet verdragen. Dat voelt alsof ik bijt op kleine stukjes glas.

Ondergevoeligheid

  • Ik voel deze prikkel niet/ik reageer niet op: aanraken van mensen
    Wat ik doe: ik ben vaak te hardhandig, ik kan niet inschatten wanneer ik een te stevige handdruk of knuffel geef of wanneer het voor anderen pijn doet.
    Dit kan me helpen: zeg me dat ik te hardhandig ben, zo leer ik het beter inschatten.

  • Ik droog me niet graag af met zachte handdoeken. De stof moet hard en zo ruw mogelijk zijn omdat ik anders de sensatie niet voel op mijn huid.
  • Schoenen kan ik veel te groot of veel te klein kopen. Ik voel niet met mijn voeten, ik weet niet wanneer een schoen te groot of te klein is. Ik heb eens een hele week geskied met skilaarzen van een vriend die dezelfde had dan mij, allebei rode. Hij had maat 39, ik maat 42. Ik merkte pas dat ik verkeerde laarzen had wanneer ik zag dat mijn tenen blauw zagen.

Aangename prikkels

  • Ik hou van erg pikante voeding. Dat proef ik goed. Milde voeding smaakt voor mij allemaal hetzelfde.
  • Ik eet alleen harde voeding waarop ik moet kauwen. Vloeibare voeding verdraag ik niet in mijn mond.
  • Ik eet graag verschillende smaken door elkaar zoals zoet en zuur.
  • Ik eet steeds hetzelfde, dat is vertrouwd en controleerbaar.

Overgevoeligheid

  • Ik kan niet tegen: zachte voeding
    Wat ik doe: ik begin te kokhalzen, ik krijg het niet gegeten.
    Dit kan me helpen: Verplicht me niet om iets te eten wat ik niet wil. Ik weet graag op voorhand wat we gaan eten op restaurant of tijdens een etentje. Als ik dat niet weet, maak ik me op voorhand zoveel zorgen dat ik er niet van kan genieten.

  • Ik eet geen dingen die ik niet ken.
  • Ik gebruik het puntje van mijn tong om te proeven.
  • Vloeibaar voedsel kan ik niet verdragen.
  • Ik kan niet drinken tijdens een maaltijd. Dat zijn twee verschillende dingen die ik afgebakend moet doen.
 

Ondergevoeligheid

  • Ik reageer niet op: warme voeding
    Wat ik doe: ik eet alles meteen op, ik merk niet hoe warm iets is
    Dit kan me helpen: zeg even dat iets heel warm is of net heeft gekookt, dan weet ik dat ik best even wacht.

  • Ik eet om het even wat, ik herken de verschillende smaken niet.
  • Ik eet enkel oude, sterke kazen, omdat ik het nodig vind dat ik de kaassmaak echt proef en registreer als ‘kaas’. Zachte kazen smaken naar niets.
  • Ik doe altijd pickels of augurk op mijn eten, omdat ik anders niet het gevoel heb dat ik smaken in mijn mond krijg. Het is net dat scherpe in voedingsstoffen dat mijn smaak stimuleert en voor mij aangenaam is

Aangename prikkels

  • Ik zoek deze prikkel op: bewegende voorwerpen
    Wat ik doe: ik beweeg vaak mijn pen op neer voor mijn ogen wanneer ik nadenk
    Welk effect heeft dit op mij: Ik vind hierdoor rust omdat ik me dan kan concentreren op die ene beweging. Ik schakel zo andere bewegingen en geluiden uit.

  • In het water voelt mijn lichaam beter aan en kan ik mijn bewegingen beter inschatten.
  • Ik zit graag in een schommelstoel, de voorspelbare beweging is aangenaam.
  • Ik maak graag gekende wandelingen. Omdat ik alle obstakels in de weg ken, kan ik mijn lichaam op ‘automatische piloot’ zetten.
  • Ik loop bewust tegen de rand van kasten, zetels om zo te ‘voelen’ waar ik loop. Dat helpt me afstanden en ruimtes in te schatten.
  • Ik word rustig van het kijken naar een draaiende wastrommel.
  • Ik wieg heen en weer om rust te vinden.
  • Ik kijk graag naar schommelende voorwerpen.
  • Ik wandel graag buiten wanneer het heel koud is. Dan voel ik mijn lichaam beter aan.
  • Ik heb graag veel spullen rond mij, een lege ruimte maakt me angstig.
  • Ik doe vaak dezelfde beweging met mijn handen. De voorspelbaarheid en controle maken me rustig.

Overgevoeligheid

  • Ik kan niet tegen: schommelende voorwerpen
    Wat ik doe: ik word meteen misselijk en begin te braken
    Dit kan me helpen: verplicht me niet om mee te doen in pretparken, geloof me wanneer ik zeg dat ik iets niet graag doe. Dat betekent dat ik er ziek van word.

  • Dwing me niet houdingen aan te nemen waarvan ik duizelig word.
  • Toon begrip wanneer ik trager stap tijdens een boswandeling.
  • Wees geduldig en maak geen opmerkingen wanneer ik de trap neem ipv de lift of de roltrap.
  • Ik word duizelig op grote pleinen of in open, lege ruimten.
  • Ik kan niet tegen het contrast tussen bewegende en stilstaande dingen, bijvoorbeeld lopen over een brug waar water onder stroomt of lopen langs de waterlijn aan zee.
  • Ik kan geen hoogtes inschatten. Een trede van een ladder voelt even hoog als tien treden. Ik hef mijn voeten altijd heel hoog op tijdens het stappen omdat ik niet kan inschatten hoe hoog een obstakel is.
  • Een pad uitstippelen tussen een massa mensen lukt niet. Ik blijf ter plekke staan tot er minder volk is en ik een uitweg zie.
  • Het verschil tussen warmte en koude is niet altijd duidelijk voor mij. Ik voel niet aan wanneer ik warmere kledij moet dragen. Ik zal ook nooit zelf een trui uitdoen tot iemand me vraagt of ik het niet te warm heb.

Ondergevoeligheid

  • Ik herken deze prikkel niet/ik reageer niet op: pijn
    Wat ik doe: ik blijf bv doorstappen wanneer ik blaren op mijn voeten heb, ik voel dat niet.
    Dit kan me helpen: ik controleer regelmatig mijn hele lichaam, op zoek naar wondjes. Pas wanneer ik het zie weet ik dat er iets is en kan ik me verzorgen.

  • Ik zit doorgaans onderuit gezakt op een stoel. Ik ben dan niet vermoeid en het betekent ook niet dat ik geen interesse heb in wat je vertelt, maar ik besef zelf niet dat ik eerder hang in de stoel.
  • Ik kijk graag naar felle verlichting en zoek die lichtprikkels ook op. Lichtprikkels moeten heel sterk zijn voor ik ze echt ervaar. Ik ga graag ‘s avonds zwemmen in het stedelijk zwembad omdat het licht dan goed weerkaatst in het water.
  • Ik schommel graag heel hard en hoog omdat ik maar dan dat ‘zwevende’ gevoel’ kan ervaren.
  • Ik kan geen afstanden inschatten. Geef me een seintje als ik te dichtbij kom of te ver van je af sta.
  • Ik herken geen honger of dorst. Ik plan eet- en drinkmomenten zorgvuldig in om me voldoende te voeden.
  • Ik weet niet wanneer ik genoeg gegeten heb. Anderen moeten me hierop wijzen.
  • Ik vind het moeilijk mijn lichaam te ‘lezen’. Het verschil tussen kriebels in de buik omdat ik verliefd was en buikpijn heeft iemand me eerst moeten uitleggen.
  • Ik herken temperatuurverschillen niet goed. Daarom kijk ik elke dag naar de voorspellingen zodat ik weet hoe ik me moet kleden. Pas wanneer anderen me vragen of ik niet te warm heb met die dikke trui, ben ik me bewust van de temperatuur.

Mijn waarnemingsstijlen

  • Deze waarnemingsstijl herken ik: prikkels en emoties kunnen me volledig overspoelen
    Wat ik doe: ik verlam, ik kan niets meer.
    Dit kan me helpen: Door me voor de televisie te zetten en een muziekkanaal luid te zetten krijg ik beelden en geluid terug op 1 lijn. Dat heeft meteen een invloed op mijn gemoed. Alles lijkt terug ‘te kloppen’ dan. Dat kan wel even duren, laat me die tijd nemen.

  • Omdat alle prikkels even sterk bij me binnen komen, lukt het moeilijk me te concentreren op een gesprek. Ik laat een oortje met muziek onder mijn oor hangen omdat ik daarmee zelf kan controleren welke prikkel overheerst. Zo kan ik andere prikkels wat wegduwen en me meer focussen op het gesprek.
  • Oogcontact maken, gezichtsuitdrukkingen of handbewegingen van gesprekspartners leiden me sterk af. Hierdoor komt de gesproken boodschap niet binnen. Ik kan beter luisteren als ik naar buiten kan kijken of kan focussen op een stilstaand voorwerp. Dit moet ik vaak uitleggen omdat mijn gesprekspartner anders denkt dat ik geen interesse heb in het gesprek.
  • Wanneer ik in een drukke omgeving zit, bijvoorbeeld een overvolle trein, bedenk ik allerlei fantasieverhalen om te kunnen ontsnappen aan alle prikkels. Ik kan zo even ontsnappen aan de realiteit.
  • Ik ga graag kamperen, zelfs als het elke dag naar een andere camping is, zoals er maar iemand bij is die ik vertrouw. Met een goede vriend of een vaste begeleider erbij kan ik al die verandering perfect aan. Alleen zou ik dit niet kunnen, dan zou de veranderende omgeving me volledig overspoelen.