Participate!
Menu

M-decreet

Wat is het?

‘M’ staat voor maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Het gaat om leerlingen die langdurige en belangrijke problemen hebben om te kunnen meedoen in het gewoon onderwijs. De problemen vragen om aanpassingen in de school en in de klas. Het decreet wordt toegepast vanaf 1 september 2015.

Het M-decreet wijzigt de onderwijsregelgeving wat betreft het recht op inclusie, of het recht op inschrijving in het gewoon onderwijs. Het is echter niet zo dat voor iedere leerling een onvoorwaardelijk recht op inclusie in het gewone onderwijs geldt. Lees meer: Kan een gewone school de inschrijving van mijn kind weigeren?

Het doel van het M-decreet is om meer kinderen met een beperking een plaats in het gewoon onderwijs te bieden. Kinderen met een beperking die dankzij redelijke aanpassingen het gewoon onderwijs kunnen volgen, krijgen het recht om zich in te schrijven in een gewone school. Er bestaat geen vaste lijst met redelijke aanpassingen waarop een leerling recht kan hebben. Er zijn wel criteria om af te wegen of een aanpassing redelijk is of niet. Meer lezen: Redelijke aanpassingen

Een leerling die redelijke aanpassingen voor zijn onderwijsbehoeften krijgt, kan een A-attest of diploma behalen. Wanneer de leerling een individueel aangepast leerprogramma (leerdoelen afgestemd op maat van de leerling) nodig heeft, dan kan hij op het einde van de schoolloopbaan een attest verworven bekwaamheden krijgen. Uitzondering is in het laatste geval mogelijk wanneer de klassenraad aanvoelt dat de leerling die een individueel aangepast  leerprogramma volgde toch in aanmerking komt voor een A-attest of diploma. In dit geval wordt de inspectie in deze beslissing betrokken.

Het buitengewoon onderwijs blijft bestaan voor leerlingen waarvoor de aanpassingen die de gewone school moet doen opdat de leerling het gemeenschappelijk leerprogramma kan volgen onredelijk, disproportioneel of onvoldoende zijn. Voor een inschrijving in het buitengewoon onderwijs is een verslag van het CLB vereist.

Voor enkele types in het buitengewoon onderwijs komen er nieuwe definities alsook het nieuwe type 9 voor leerlingen met een autismespectrumstoornis zonder verstandelijke beperking. Type 1 (leerlingen met een licht verstandelijke beperking), type 8 (leerlingen met ernstige leerstoornissen) en opleidingsvorm 3, type 1 (in het buitengewoon secundair onderwijs) worden omgevormd tot het nieuwe type basisaanbod.

Er zijn enkele veranderingen voor geïntegreerd onderwijs (GON) en ION-begeleiding:

  • Het verantwoordingsprotocol (VAP) wordt omgevormd tot een gemotiveerd verslag dat door het CLB wordt opgemaakt. In dit verslag dient aangegeven welke maatregelen er nodig zijn om een gemeenschappelijk leerprogramma in het gewone onderwijs te volgen.
  • Een attest voor buitengewoon onderwijs dat toegang verleent tot het buitengewoon onderwijs is niet langer nodig voor de opstart van GON-begeleiding. Opgelet, de leerling dient nog steeds aan de voorwaarden voor een specifiek type van buitengewoon onderwijs voldoen en dit type moet in het gemotiveerd verslag vermeld worden.
  • Men kan pas instromen binnen het type basisaanbod GON nadat de leerling 9 maanden in het buitengewoon onderwijs heeft gezeten.
  • Er is nu rechtstreekse toegang tot GON voor het type 3.
  • Het type 7 voor auditieve stoornissen wordt verruimd en is er nu ook voor leerlingen met dysfasie (neurologische spraak-taalontwikkelingsstoonis).
  • Leerlingen die een individueel aangepast leerprogramma volgen in het gewoon onderwijs behalen geen getuigschrift maar een attest van verworven bekwaamheden. Dit kan nu voor alle leerlingen en niet meer alleen voor leerlingen binnen ION-begeleiding (type 2).
  • Voor studenten in het hoger onderwijs is GON-begeleiding enkel mogelijk in het geval er reeds GON-begeleiding was in het secundair onderwijs en voor leerlingen die les volgden in het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 4 (OV4)

Het M-decreet brengt dus een aantal technische en juridische veranderingen mee, maar nog belangrijker is dat het een andere manier in ons denken over onderwijs naar voorschuift. Wanneer een leerling het moeilijk heeft op school dan denken we niet langer ‘wat is er met de leerling aan de hand?’ maar ‘wat heeft deze leerling nodig en wat kan de leerkracht en de school doen?’.

Voor wie?

Het M-decreet bevat maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, d.w.z. langdurige en belangrijke problemen hebben om te kunnen meedoen in het gewoon onderwijs. De problemen vragen om aanpassingen in de school en in de klas.

Meer informatie

Ministerie van Onderwijs en Vorming

Grote lijnen van het M-decreet

Thema's: Onderwijs

Terug naar resultaten