Participate!
Menu
Delen via:
Home Ondersteuning zoeken De Praktische Gids Ondersteuningsmodel M-decreet

Ondersteuningsmodel M-decreet

Wat is het?

Vanaf het schooljaar en academiejaar 2017-2018 treedt een nieuw ondersteuningsmodel in werking om scholen en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en instellingen hoger onderwijs te ondersteunen in het omgaan met leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en studenten met een functiebeperking. De samenwerkingsverbanden tussen scholen voor gewoon en het buitengewoon onderwijs en ondersteuningsnetwerken komen in de plaats van het geïntegreerd onderwijs (GON, ION en waarborgregeling). Het hoger onderwijs kan een eigen vorm van ondersteuning uitbouwen.

Ondersteuning wordt niet meer beperkt tot een vast aantal uren per week en ook niet meer beperkt in tijd. De ondersteuningsnoden van de leerling en van leerkrachten en teams van het gewone onderwijs zijn de maatstaf voor de invulling van de ondersteuning.

Ondersteuning in basisonderwijs en secundair onderwijs bestaat uit 2 systemen

Systeem 1: Ondersteuning van scholen voor gewoon onderwijs met leerlingen met een inschrijvingsverslag of gemotiveerd verslag voor type 2 (verstandelijke beperking), type 4 (motorische beperking), type 6 (visuele beperking) of type 7 (auditieve beperking)

Scholen voor buitengewoon onderwijs met een ondersteuningsaanbod voor type 2, 4, 6 of 7 (auditieve beperking) voorzien in de ondersteuning. Dit zijn de scholen die tot nu toe GON of ION begeleiding voor de desbetreffende types in het gewone onderwijs gaven en dit vanaf het schooljaar 2017-2018 en de volgende jaren kunnen blijven aanbieden.

Gewone scholen kiezen, in samenspraak met ouders en CLB, aan welke school of scholen voor buitengewoon onderwijs ze ondersteuning vragen. De scholen voor buitengewoon onderwijs van een bepaald type moeten net- en niveau-overschrijdend samenwerken om alle ondersteuningsvragen vanuit scholen voor gewoon onderwijs te beantwoorden.

Bij de opmaak van een gemotiveerd verslag of verslag is het niet langer vereist om de aard van de integratie en de ernst van de beperking aan te geven. De ondersteuningsnoden van de leerling worden daarentegen wel genoteerd.

Veranderingen t.o.v. de werkwijze bij GON en ION:

De overheid bepaalt niet langer een vast aantal uren begeleiding per week per leerling. De scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs krijgen meer flexibiliteit om de beschikbare middelen in te zetten op basis van de ondersteuningsnood die er is.

De school voor gewoon onderwijs bepaalt samen met de ouders,  het CLB en de school voor buitengewoon onderwijs de ondersteuning op maat, op basis van de noden.

Het verschil tussen matige en ernstige handicap voor type 4,6 en 7 dat op louter medische criteria gebaseerd was, valt weg. Hierdoor vervalt de automatische beperking in de tijd van de begeleiding weg.

De ondersteuning kan leerling-, leerkracht- of teamgerecht zijn. Belangrijk is dat de ondersteuning voelbaar is tot in de klas.

Ondersteuning kan doorheen het schooljaar worden opgestart en niet langer van de eerste schooldag van oktober om in aanmerking te komen voor de ondersteuning.

Voor elke leerling met een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag voor wie ondersteuning nodig is, kan een ondersteuningvraag gesteld worden die moet worden opgenomen. Er is dus een garantie op ondersteuning in de gewone school.

Systeem 2: Ondersteuning van scholen voor gewoon onderwijs met een inschrijvingsverslag of gemotiveerd verslag voor type basisaanbod (type 1 en 8, uitdovend), type 7 (spraak- en taalstoornis) en type 9 (autismespectrumstoornis).

Scholen voor gewoon onderijs en buitengewoon onderwijs die deze types aanbieden, vormen samen ondersteuningsnetwerken. Ze brengen op gelijkwaardige basis en in co-creatie de expertise samen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en de leraren die met deze leerlingen werken, te ondersteunen. De huidige samenwerkingen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs in het kader van GON en waarborgregeling zijn een vertrekpunt voor de vorming van de ondersteuningsnetwerken. De CLB’s en pedagogische begeleidingsdiensten (PBD’s) zijn eveneens partners in de ondersteuningsnetwerken. Deze netwerken zijn:

Bij voorkeur niveau-overschrijdend (op niveau van kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs) samengesteld

Zo efficiënt mogelijk georganiseerd zodat de reistijden van de ondersteuners zoveel mogelijk beperkt kan worden en opdrachten zo min mogelijk versnipper zijn

Elke school voor gewoon onderwijs kan kiezen binnen welk netwerk ze met scholen voor buitengewoon onderwijs en andere scholen voor gewoon onderwijs wil samenwerken. Iedere school voor gewoon onderwijs moet deel uitmaken van één netwerk van type basisaanbod, 3, 9 en  7 (taal- en spraakstoornis). Deel uitmaken van meerdere netwerken is niet toegestaan. Een school die geen deel uitmaakt van een ondersteuningsnetwerk, kan geen ondersteuning krijgen. Een buitengewone school type basisaanbod, 3, 9 en 7 (spraak- en taalstoornis) die geen deel uitmaakt van een ondersteuningsnetwerk, kan geen ondersteuning geven.

Overgangsmaatregelen

Schooljaar 2018-2019
Alle leerlingen blijven voor 100% ondersteuning ontvangen van een school buitengewoon onderwijs zoals het systeem van schooljaar 2016-2017. Heb je nog 1 schooljaar GON-begeleiding gebruik deze dan best voor het komende schooljaar 2017-2018.

Schooljaar 2019-2020
Het budget waar de school recht op heeft ter ondersteuning van leerlingen met een gemotiveerd verslag type basisaanbod, 3, 9 en 7 (taal- en spraakstoornis) wordt als volgt verdeeld: 33% voor het buitengewoon onderwijs en 67% voor het ondersteuningsnetwerk. Met als gevolg dat de meeste leerlingen met een gemotiveerd verslag van de opgesomde types vanuit het ondersteuningsnetwerk ondersteuning zullen ontvangen en een minderheid vanuit het buitengewoon onderwijs.

Vanaf schooljaar 2020
Alle leerlingen met een gemotiveerd verslag type basisaanbod, 3, 9 en 7 (taal- en spraakstoornis) zullen vanuit een ondersteuningsnetwerk ondersteuning ontvangen.

Veranderingen t.a.v. GON/ION?

Leerlingen krijgen niet meer standaard een vast aantal uur begeleiding per week gedurende een bepaalde periode. Ondersteuning is meer flexibel en op maat, volgens de ondersteuningsnoden die er zijn.

De ondersteuning zal meer leerkrachtgericht zijn, maar kan waar nodig ook leerlinggericht zijn.

Voor wie?

Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die onderwijs in een gewone school volgen.

Als de basiszorg en de verhoogde zorg niet volstaan en er uitbreiding van zorg nodig is of een leerling een individueel aangepast curriculum volgt, kan een school voor gewoon onderwijs extra ondersteuning aantrekken voor de begeleiding van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften. Dat kan door samenwerking met het buitengewoon onderwijs of ondersteuningsnetwerk.

Hoe aanvragen?

Schooljaar 2017-2018

  • Ga na vanuit welk type jouw kind ondersteuning ontvangt. Vraag dit aan de school van jouw kind.
  •  Krijgt je kind ondersteuning vanuit het type 2, 4, 6 en 7 (auditieve beperking): verwittig de school voor buitengewoon onderwijs en gewoon onderwijs of je volgend schooljaar al dan niet de extra begeleiding wenst
  • Krijgt je kind ondersteuning vanuit het type basisaanbod, 3, 9 en 7 (spraak- en taalstoornis):
    • Je kind heeft nog recht op minstens 1 jaar begeleiding: verwittig de school voor buitengewoon en de school voor gewoon onderwijs dat je volgend schooljaar extra begeleiding wenst voor jouw kind
    • Je kind heeft geen recht meer op extra begeleiding: verwittig de school voor gewoon onderwijs en vraag extra begeleiding vanuit het regionaal ondersteuningsnetwerk. Er komt voor elk ondersteuningsnetwerk een aanspreekpunt voor ouders.
    • Heeft je kind geen (gemotiveerd) verslag en zijn de redelijke aanpassingen vanuit de gewone school ontoereikend: vraag aan de school een tussenkomst van het CLB om zo beroep te kunnen doen op het ondersteuningsnetwerk of ondersteuning vanuit het buitengewoon onderwijs.

Algemene procedure voor type 2, 4, 6 en 7 (auditieve beperking):

  • Scholen voor gewoon onderwijs formuleren samen met de ouders en het CLB de ondersteuningsnoden van de leerling en/of de leerkracht(en)/team.
  • De school voor gewoon onderwijs beslist samen met de ouders en CLB aan welke school voor buitengewoon onderwijs ze de ondersteuningsvraag stellen.

Algemene procedure voor type basisaanbod, 3, 9 en 7 (spraak- en taalstoornis)

  • Scholen voor gewoon onderwijs formuleren samen met de ouders en het CLB de ondersteuningsnoden van de leerling en/of de leerkracht(en)/team.
  • De school voor gewoon onderwijs legt de ondersteuningsvragen bij het ondersteuningsnetwerk waartoe ze aangesloten zijn.
  • Binnen het ondersteuningsnetwerk wordt afgesproken waar welke ondersteuning, door wie, in welk volume, wordt ingezet.

Meer informatie

Vraag meer informatie bij de school voor gewoon onderwijs waar je kind school loopt.
Ga met je vragen langs bij het begeleidend CLB.

Onderwijs Vlaanderen

Thema's: Onderwijs

Terug naar resultaten